BMI berekenen en wat je BMI betekent
Je BMI bereken je door je gewicht in kilo's te delen door je lengte in meters in het kwadraat. Bij volwassenen is een BMI van 18,5 tot 25 een gezond gewicht, 25 tot 30 overgewicht en 30 of hoger obesitas. Je BMI is een eerste maat: samen met je buikomvang en je gezondheid bepaalt hij welke behandelingen voor jou in beeld komen, van een leefstijlprogramma tot een maagverkleining.
De rekenhulp is bedoeld voor volwassenen. We slaan je gegevens niet op. De uitkomst is geen diagnose: bespreek je gewicht en je mogelijkheden met je huisarts.
In het kort
- BMI = gewicht in kilo's gedeeld door lengte in meters maal lengte in meters.
- Bij volwassenen is 18,5 tot 25 een gezond gewicht, 25 tot 30 overgewicht en 30 of hoger obesitas.
- De BMI zegt niets over spieren of buikvet. Meet daarom ook je buikomvang.
- Een vergoede maagverkleining komt in beeld bij een BMI van 40 of hoger, of van 35 of hoger met een ernstige aandoening die met je gewicht samenhangt.
Zo bereken je je BMI
BMI staat voor Body Mass Index. Artsen gebruiken hem als eerste maat om te zien of iemand een gezond gewicht heeft. De formule is:
BMI = gewicht in kilo's ÷ (lengte in meters × lengte in meters)
Zo reken je het stap voor stap uit:
- Zet je lengte om van centimeters naar meters: 165 cm wordt 1,65 m.
- Vermenigvuldig je lengte met zichzelf: 1,65 × 1,65 = 2,72.
- Deel je gewicht door die uitkomst: bij 95 kilo is dat 95 ÷ 2,72 = een BMI van 34,9.
Nog een voorbeeld: 120 kilo bij 1,70 meter geeft 120 ÷ (1,70 × 1,70) = een BMI van 41,5. Wil je het niet zelf uitrekenen, gebruik dan de rekenhulp bovenaan deze pagina. Wil je meteen zien welke behandelingen bij jouw situatie passen, doe dan de uitgebreide check met je BMI, aandoeningen en eerdere pogingen.
Je kunt de formule ook omdraaien om te zien wat een paar kilo doet. Stel: je bent 1,70 meter en weegt 118 kilo. Je BMI is dan 118 ÷ 2,89 = 40,8. Weeg je 3 kilo minder, 115 kilo, dan is je BMI 39,8. Een BMI van 35 hoort bij deze lengte bij ongeveer 101 kilo, 17 kilo minder dan nu. Een gezond gewicht (BMI onder de 25) ligt bij 1,70 meter onder ongeveer 72 kilo. Ook zonder die grenzen te halen is afvallen zinvol: al 5 tot 10 procent gewichtsverlies, hier 6 tot 12 kilo, geeft vaak merkbare gezondheidswinst.

BMI-klassen: wat betekent je uitkomst?
Voor volwassenen tussen 19 en 69 jaar gelden de volgende grenzen. Obesitas wordt vaak verdeeld in drie klassen. Op deze site spreken we van ernstige obesitas bij een BMI van 35 tot 40 en van zeer ernstige obesitas bij een BMI van 40 of hoger. Met "morbide obesitas" wordt meestal klasse 3 bedoeld.
| BMI | Klasse | Wat het betekent |
|---|---|---|
| Lager dan 18,5 | Ondergewicht | Te laag gewicht; bespreek dit met je huisarts |
| 18,5 – 24,9 | Gezond gewicht | Laagste risico op gewichtsgerelateerde ziektes |
| 25 – 29,9 | Overgewicht | Verhoogd risico, zeker met een grote buikomvang |
| 30 – 34,9 | Obesitas klasse 1 | Obesitas; een erkende, chronische ziekte |
| 35 – 39,9 | Obesitas klasse 2 | Ernstige obesitas |
| 40 of hoger | Obesitas klasse 3 | Zeer ernstige obesitas |
In Nederland had in 2024 16,7% van de volwassenen obesitas. De cijfers verschillen sterk per gemeente; bekijk ze in de obesitas-atlas per gemeente. Wat obesitas precies is en waardoor het ontstaat, lees je op de pagina over obesitas als chronische ziekte.
Welk gewicht hoort bij welke BMI?
De tabel laat zien bij welk gewicht je bij een bepaalde lengte op een BMI van 25, 30, 35 en 40 uitkomt. De bedragen zijn afgerond op hele kilo's.
| Lengte | BMI 25 | BMI 30 | BMI 35 | BMI 40 |
|---|---|---|---|---|
| 1,55 m | 60 kg | 72 kg | 84 kg | 96 kg |
| 1,60 m | 64 kg | 77 kg | 90 kg | 102 kg |
| 1,65 m | 68 kg | 82 kg | 95 kg | 109 kg |
| 1,70 m | 72 kg | 87 kg | 101 kg | 116 kg |
| 1,75 m | 77 kg | 92 kg | 107 kg | 122 kg |
| 1,80 m | 81 kg | 97 kg | 113 kg | 130 kg |
| 1,85 m | 86 kg | 103 kg | 120 kg | 137 kg |
| 1,90 m | 90 kg | 108 kg | 126 kg | 144 kg |
Beperkingen van de BMI
De BMI is makkelijk te berekenen, maar hij meet alleen gewicht ten opzichte van lengte. Hij zegt niets over waar je vet zit of hoeveel spieren je hebt. Het Voedingscentrum noemt een aantal groepen bij wie de BMI minder goed klopt:
- Veel spiermassa. Serieuze sporters kunnen in de categorie overgewicht vallen zonder dat ze veel vetmassa hebben. De buikomvang geeft dan een beter beeld.
- Leeftijd. Bij 70-plussers ligt de BMI met het laagste risico op ziektes hoger. Voor hen geldt 22 tot 28 als gezond, onder 22 als ondergewicht en 28 tot 30 als overgewicht.
- Afkomst. Mensen met een Aziatische of Zuid-Aziatische achtergrond hebben bij dezelfde BMI gemiddeld een hogere vetmassa dan mensen met een westerse achtergrond. Voor hen geldt 18,5 tot 23 als gezond gewicht, in plaats van 18,5 tot 25.
- Zwangerschap. Tijdens de zwangerschap verandert je lichaam, en is de BMI een minder betrouwbare maat.
- Kinderen. Voor kinderen gelden andere grenzen die afhangen van leeftijd en geslacht. Onze rekenhulp is daarom alleen voor volwassenen.
Daarom kijkt een arts naast je BMI ook naar je buikomvang en naar ziektes die met je gewicht samenhangen, zoals diabetes type 2, hoge bloeddruk of slaapapneu.
Buikomvang als aanvulling op je BMI
Vet rond je buik is extra ongunstig voor je gezondheid. Daarom is je buikomvang (ook wel middelomtrek) een goede aanvulling op je BMI. Het Voedingscentrum hanteert voor volwassenen van 19 tot 69 jaar deze grenzen:
| Risico | Vrouwen | Mannen |
|---|---|---|
| Gezond | Minder dan 80 cm | Minder dan 94 cm |
| Verhoogd risico | 80 tot 88 cm | 94 tot 102 cm |
| Sterk verhoogd risico | 88 cm of meer | 102 cm of meer |
Zo meet je je buikomvang: ga rechtop staan en meet op je blote huid, tussen je onderste rib en de bovenkant van je bekken. Houd het meetlint niet te strak, adem uit en lees dan de maat af.
Heb je een BMI van 25 of hoger én een grote buikomvang, of klachten zoals een hoge bloeddruk? Bespreek het met je huisarts. Je kunt dan al in aanmerking komen voor een vergoed leefstijlprogramma.
Wat je BMI betekent voor behandeling
Je BMI is een van de dingen die bepalen welke behandeling in beeld komt. Je arts kijkt ook naar je buikomvang, aandoeningen die met je gewicht samenhangen, eerdere pogingen om af te vallen en je eigen wensen. De grenzen hieronder zijn een eerste indicatie.
| Behandeling | BMI-grens | Vergoeding |
|---|---|---|
| Leefstijlprogramma (GLI) | 30 of hoger, of 25 of hoger met een verhoogd gezondheidsrisico | Basispakket, niet van je eigen risico af |
| Afvalprik (bv. Wegovy) | Voorschrijven kan bij 30 of hoger, of bij 27 tot 30 met minstens één aandoening die met het gewicht samenhangt | Voor obesitas meestal niet; het Zorginstituut beoordeelt vergoeding bij 35 of hoger, of 30 of hoger met een ziekte |
| Maagverkleining | 40 of hoger, of 35 of hoger met een ernstige aandoening die met het gewicht samenhangt | Basispakket; je betaalt maximaal je eigen risico (€ 385 in 2026) |
BMI 25 tot 30. Met een verhoogd gezondheidsrisico kom je in aanmerking voor een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI). Dat is een programma van twee jaar met begeleiding bij eten, bewegen en gedrag.
BMI 30 tot 35. Een GLI is de eerste stap. Een arts kan daarnaast afvalmedicatie voorschrijven; die betaal je voor obesitas meestal zelf. Lees wat de afvalprik doet en wat hij kost.
BMI 35 tot 40. Heb je ook een aandoening als diabetes type 2, hoge bloeddruk of slaapapneu, dan kom je mogelijk in aanmerking voor een vergoede maagverkleining. Bij diabetes type 2 kan de richtlijn in bepaalde gevallen ook bij een lagere BMI een operatie overwegen; lees meer over diabetes type 2 en een maagverkleining.
BMI 40 of hoger. Leefstijl alleen is dan vaak niet genoeg, en de afvalprik brengt je meestal niet op een gezond gewicht. Een maagverkleining geeft gemiddeld het grootste en meest blijvende gewichtsverlies, maar is een operatie met risico's en levenslange nazorg. Vergelijk de afvalprik en een maagverkleining en bekijk alle behandelingen bij obesitas op een rij.
Voor een maagverkleining geldt bovendien dat je al jarenlang ernstig overgewicht hebt en dat begeleide pogingen om af te vallen onvoldoende hebben geholpen. Twijfel je om het gesprek aan te gaan? Lees hoe je drempels overwint om hulp te zoeken.
Veelgestelde vragen over BMI berekenen
Wat is een gezond BMI?
Een gezond BMI ligt voor volwassenen van 19 tot 69 jaar tussen 18,5 en 25. Daaronder spreek je van ondergewicht, vanaf 25 van overgewicht en vanaf 30 van obesitas. Voor 70-plussers en voor mensen met een Aziatische achtergrond gelden andere grenzen. Lees meer over wanneer artsen van obesitas spreken.
Is een BMI van 35 gevaarlijk?
Een BMI van 35 betekent ernstige obesitas (klasse 2) en geeft een duidelijk hogere kans op onder meer diabetes type 2, hoge bloeddruk, slaapapneu en artrose. Heb je bij deze BMI ook een aandoening die met je gewicht samenhangt, dan kom je mogelijk in aanmerking voor een vergoede maagverkleining. Bekijk de voorwaarden voor een maagverkleining.
Welke BMI is gezond voor 70-plussers?
Voor 70-plussers geldt volgens het Voedingscentrum een BMI van 22 tot 28 als gezond. Bij ouderen ligt de BMI waarbij het risico op ziektes het laagst is hoger dan bij jongere volwassenen. Onder 22 spreek je dan van ondergewicht, tussen 28 en 30 van overgewicht en vanaf 30 van obesitas. Bespreek met je huisarts wat voor jou verstandig is.
Geldt dezelfde BMI voor mensen met een Aziatische achtergrond?
Nee, voor mensen met een Aziatische of Zuid-Aziatische achtergrond geldt een lagere grens voor een gezond gewicht: een BMI van 18,5 tot 23, in plaats van 18,5 tot 25. Zij hebben bij dezelfde BMI gemiddeld meer vetmassa dan mensen met een westerse achtergrond. Een BMI die als "net overgewicht" lijkt, kan dan al een hoger risico betekenen.
Kun je een hoge BMI hebben door veel spieren?
Ja, met veel spiermassa kun je een hoge BMI hebben zonder dat je veel vet hebt. Dat geldt vooral voor serieuze sporters: zij vallen soms in de categorie overgewicht terwijl hun vetmassa laag is. Je buikomvang geeft dan een beter beeld. Twijfel je, laat dan ook je buikomvang meten.
Hoe meet je je buikomvang goed?
Je buikomvang meet je rechtop staand, op je blote huid, tussen je onderste rib en de bovenkant van je bekken. Houd het meetlint niet te strak, adem uit en lees dan de maat af. Voor vrouwen geeft 88 centimeter of meer en voor mannen 102 centimeter of meer een sterk verhoogd gezondheidsrisico.
Wat is belangrijker: je BMI of je buikomvang?
Je BMI en je buikomvang zijn samen belangrijker dan elk apart. De BMI zegt iets over je totale gewicht, de buikomvang over het vet rond je buik, dat extra ongunstig is. Heb je een BMI van 25 of hoger én een grote buikomvang, dan is je risico hoger. Daarom mag je dan al een vergoed leefstijlprogramma (GLI) krijgen.
Klopt je BMI als je zwanger bent?
Nee, tijdens de zwangerschap is je BMI een minder betrouwbare maat, omdat je lichaam in die tijd sterk verandert. De grenzen voor gezond gewicht gelden dan niet op dezelfde manier. Hoeveel aankomen in de zwangerschap voor jou gezond is, bespreek je met je verloskundige of gynaecoloog.
Kun je de BMI-rekenhulp gebruiken voor kinderen?
Nee, deze BMI-rekenhulp is alleen bedoeld voor volwassenen. Voor kinderen gelden andere grenzen, die afhangen van leeftijd en geslacht. Het Voedingscentrum heeft een aparte BMI-meter voor kinderen vanaf 2 jaar. Maak je je zorgen over het gewicht van je kind, bespreek het dan met de huisarts of het consultatiebureau.
Kun je met een BMI van 27 al een afvalprik krijgen?
Met een BMI van 27 tot 30 mag een arts een afvalprik als Wegovy voorschrijven als je minstens één aandoening hebt die met je gewicht samenhangt, zoals hoge bloeddruk of slaapapneu. Vanaf een BMI van 30 kan dat ook zonder zo'n aandoening. Je betaalt het middel voor obesitas meestal zelf. Lees de kosten en vergoeding van de afvalprik.
Wat is het verschil tussen obesitas klasse 1, 2 en 3?
Obesitas klasse 1 is een BMI van 30 tot 35, klasse 2 een BMI van 35 tot 40 en klasse 3 een BMI van 40 of hoger. Hoe hoger de klasse, hoe groter het gezondheidsrisico en hoe meer behandelmogelijkheden er zijn. Vanaf klasse 3, of klasse 2 met een aandoening, kan een maagverkleining vergoed worden. Bekijk welke behandelingen er per situatie zijn.
Hoe reken je je lengte in centimeters om voor de BMI-formule?
Voor de BMI-formule deel je je lengte in centimeters door 100, zodat je meters krijgt: 172 centimeter wordt 1,72 meter. Vermenigvuldig die lengte daarna met zichzelf (1,72 × 1,72 = 2,96) en deel je gewicht door de uitkomst. Bij 104 kilo geeft dat een BMI van 35,1. De rekenhulp op deze pagina doet dit automatisch voor je.
Hoe nauwkeurig is een BMI-rekenhulp?
Een BMI-rekenhulp rekent de formule precies uit, maar de uitkomst is zo nauwkeurig als de lengte en het gewicht die je invult. Weeg en meet jezelf daarom zonder schoenen. Bedenk ook dat de BMI zelf geen onderscheid maakt tussen vet en spieren. Je huisarts meet bij een verwijzing onder meer je lengte, gewicht en BMI; lees wat een huisarts in de verwijsbrief zet.
Wanneer heb je ondergewicht volgens de BMI?
Volgens de BMI heb je ondergewicht bij een waarde lager dan 18,5, als je tussen 19 en 69 jaar bent. Voor 70-plussers ligt die grens hoger: onder een BMI van 22. Ondergewicht kan ook gezondheidsrisico's geven. Heb je ondergewicht of val je ongewild af, bespreek dat dan met je huisarts.
Hoeveel kilo moet je afvallen om een BMI-klasse lager te komen?
Om een BMI-klasse lager te komen, moet je 5 BMI-punten afvallen. Hoeveel kilo dat is, hangt af van je lengte: bij 1,70 meter is dat ongeveer 14,5 kilo, bij 1,80 meter ongeveer 16 kilo. Al 5 tot 10 procent gewichtsverlies geeft vaak merkbare gezondheidswinst. Zie hoeveel je gemiddeld afvalt met de prik of een maagverkleining.
Bronnen
- Voedingscentrum – BMI-meter, BMI-grenzen per leeftijd en afkomst, en middelomtrek
- Thuisarts.nl – Obesitas bij volwassenen
- Richtlijnendatabase – Overgewicht en obesitas bij volwassenen
- Farmacotherapeutisch Kompas – Semaglutide (indicatie en BMI-grenzen)
- Zorginstituut – Obesitasmedicijnen eerst voor mensen met hoogste ziektelast
- WHO – Obesity and overweight (Engels)