Voor verwijzers

Door Gijs Bodenstaff · Laatst gecontroleerd: · Medische controle: [in te vullen: medisch redacteur]

Voor huisartsen, praktijkondersteuners, leefstijlcoaches en diëtisten. Mensen met ernstige obesitas komen vaak pas laat in beeld voor effectieve behandeling. Deze pagina helpt u om tijdig te signaleren, te bespreken en door te verwijzen.

In het kort

  • Bariatrische chirurgie komt in beeld bij een BMI ≥ 40, of ≥ 35 met ernstige comorbiditeit, na onvoldoende effect van eerdere begeleide pogingen. Bij DM2 geeft de richtlijn aparte adviezen, soms ook bij een lagere BMI.
  • Een GLI zit in het basispakket en valt niet onder het eigen risico. Van de deelnemers die het hele programma afrondden, verloor 47% minstens 5% van het gewicht (RIVM, 2024).
  • Na een maagverkleining verliezen patiënten in de eerste één à twee jaar gemiddeld 25 tot 30% van hun lichaamsgewicht; de sterfte rond de operatie is ongeveer 0,08%.
  • 1 op de 7 mensen met ernstig overgewicht voelt zich gediscrimineerd in de zorg (onderzoek voor VWS, 2025). Een neutrale, open vraag verlaagt de drempel.
  • Alle patiëntenpagina's op deze site zijn gratis, zonder account en met bronnen.

Obesitas in de praktijk: de cijfers

Volgens de Leefstijlmonitor van CBS en RIVM had in 2025 15,7% van de volwassenen obesitas; 50,6% had overgewicht. De zwaardere vormen nemen toe: het aandeel volwassenen met een BMI van 35 of hoger steeg volgens het CBS van 0,9% in 1981 naar 4,0% in 2023. Obesitas kwam in 2024 2,5 keer vaker voor bij mensen met alleen basisonderwijs of een vmbo-opleiding dan bij mensen met een hbo- of wo-opleiding.

Ook in de huisartsenpraktijk is de verschuiving zichtbaar. Volgens het Nivel steeg het aantal mensen dat bij de huisarts bekend is met overgewicht of obesitas in 2025 met 39%. Het Nivel denkt dat dit waarschijnlijk samenhangt met de media-aandacht voor afvalmedicatie; het betekent dus niet dat obesitas zelf zo sterk toenam. Meer landelijke cijfers en de trend sinds 1981 staan bij de cijfers over obesitas in Nederland. Hoe vaak obesitas in uw eigen werkgebied voorkomt, ziet u in de obesitas-atlas voor uw werkgebied.

Verwijscriteria in één oogopslag

Wanneer komt welke behandeling in beeld? (indicatief, volgens de geldende vergoedingsvoorwaarden)
BehandelingCriteriaVergoeding 2026
GLIBMI ≥ 35, of BMI 25–35 met een grote buikomvang (♀ ≥ 88 cm, ♂ ≥ 102 cm) of een gewichtsgerelateerde aandoeningBasispakket, geen eigen risico
AfvalmedicatieOp indicatie; vergoeding van liraglutide en naltrexon/bupropion alleen onder strikte voorwaarden na een GLISemaglutide en tirzepatide bij obesitas meestal niet vergoed; beoordeling Zorginstituut loopt
Bariatrische chirurgieBMI ≥ 40, of BMI ≥ 35 met ernstige comorbiditeit (zoals DM2, hypertensie, OSAS); langdurig bestaande obesitas; eerdere begeleide pogingen onvoldoende effectiefBasispakket, eigen risico van toepassing

Bij patiënten met diabetes type 2 kan de richtlijn in bepaalde gevallen ook bij een lagere BMI metabole chirurgie overwegen. Het bariatrisch centrum beoordeelt de definitieve indicatie. Het volledige richtlijnadvies per BMI-klasse en mate van glykemische regulatie vindt u bij de indicatie voor metabole chirurgie bij diabetes type 2.

Schaal van BMI 25 tot 45 met de grenzen 25, 30, 35 en 40 waarbij de GLI en bariatrische chirurgie in beeld komen, met of zonder extra voorwaarde
BMI-grenzen voor de GLI en bariatrische chirurgie. Paarse balk: alleen met extra voorwaarde, zoals een grote buikomvang of comorbiditeit. Voor chirurgie gelden daarnaast altijd de overige criteria, en bij diabetes type 2 soms een lagere grens. Bron: Zorginstituut Nederland en richtlijn Chirurgische behandeling van obesitas.

Twee rekenvoorbeelden

  • Stel: een patiënte van 1,68 m weegt 116 kg. De BMI is 116 gedeeld door 1,68 × 1,68 (2,82) = 41,1. Bij langdurig bestaande obesitas en onvoldoende effect van eerdere begeleide pogingen voldoet zij aan de BMI-grens voor bariatrische chirurgie, ook zonder comorbiditeit.
  • Stel: een patiënt van 1,78 m weegt 112 kg en heeft DM2. De BMI is 112 gedeeld door 1,78 × 1,78 (3,17) = 35,3. Met DM2 als comorbiditeit komt chirurgie in beeld. Volgens de richtlijn is bij een BMI van 35 tot 40 verwijzing te overwegen als de diabetes goed geregeld is, en te adviseren als die slecht geregeld is.

Uw patiënt kan zelf vooraf de BMI uitrekenen met de BMI-rekenhulp met uitleg over buikomvang.

Wat levert elke behandeling op?

Bij het bespreken van de opties helpt het om realistische verwachtingen te geven. De cijfers hieronder zijn gemiddelden uit onderzoek en registraties; individuele resultaten verschillen.

Gemiddeld effect per behandeling (bronnen onderaan de pagina)
BehandelingGemiddeld effectDuurzaamheid
GLI (2 jaar)Een paar procent gewichtsverlies; 47% van wie het programma afrondde, verloor minstens 5% (RIVM, 2024)Gewoontes blijven nodig bij elke vervolgbehandeling
Semaglutide 2,4 mgCa. 15% gewichtsverlies in studies (STEP 1)Binnen een jaar na stoppen gemiddeld twee derde van het verlies terug
TirzepatideCa. 21% gewichtsverlies in studies (SURMOUNT-1, hoogste dosis)Werkt alleen zolang de patiënt het gebruikt
Gastric sleeve of bypassGemiddeld 25 tot 30% in de eerste één à twee jaar; bij DM2 heeft 7 van de 10 een jaar na de operatie geen diabetes meer (Thuisarts)De grote meerderheid is na vijf jaar nog meer dan 20% lichter (DATO)

Ook de veiligheid is een vraag die patiënten vaak stellen. Een internationale analyse van ruim 3,6 miljoen operaties vond een sterfte rond de operatie van 0,08%. In Nederland had in 2023 gemiddeld 1,2% van de patiënten een ernstige complicatie (DATO). Uitleg in patiëntentaal staat bij de risico's van een maagverkleining in cijfers. Een vergelijking van effect, kosten en risico's voor de patiënt vindt u bij de afvalprik en maagverkleining vergeleken.

De verwijsroute

  1. Signaleren

    Bespreek gewicht op een neutrale manier, bijvoorbeeld bij een consult voor diabetes, hypertensie of gewrichtsklachten.

  2. Leefstijl

    Verwijs naar een GLI of andere leefstijlbegeleiding. Dat is voor veel patiënten de eerste stap.

  3. Evalueren

    Is het effect onvoldoende en voldoet de patiënt aan de criteria, bespreek dan medicatie of chirurgie.

  4. Verwijzen

    Verwijs naar een bariatrisch centrum. Daar volgt screening door een multidisciplinair team.

  5. Nazorg delen

    Na de operatie blijven huisarts en centrum samen betrokken, onder meer bij vitamines en bloedcontroles.

Een GLI wordt alleen vergoed als het een erkend programma is; het RIVM houdt de lijst bij. Voor uw patiënt staat de uitleg over vergoeding, duur en opbouw bij het leefstijlprogramma GLI. Wachttijden van bariatrische centra kunt u samen met de patiënt vergelijken op ZorgkaartNederland; de gegevens komen van de NZa en worden elke twee weken bijgewerkt.

Wat hoort in de verwijzing?

  • Lengte, gewicht, BMI en het beloop van het gewicht
  • Comorbiditeit, zoals diabetes type 2, hypertensie, OSAS, artrose en NAFLD
  • Huidige medicatie, waaronder medicatie die gewichtstoename kan geven
  • Eerdere begeleide afvalpogingen, zoals GLI, diëtist of medicatie
  • Relevante psychosociale informatie en eventuele eetproblematiek
  • Wensen van de patiënt, bijvoorbeeld een kinderwens

Het gesprek met uw patiënt

Veel mensen met obesitas hebben negatieve ervaringen in de zorg en schamen zich. Vraag eerst of iemand over gewicht wil praten, gebruik neutrale woorden als "gewicht" in plaats van "dik", en benoem obesitas als chronische ziekte. Veel patiënten denken dat de afvalprik goedkoper is dan een operatie. Een eerlijk kostenoverzicht helpt dan bij een geïnformeerde keuze.

Dat die schaamte een reële basis heeft, blijkt uit onderzoek naar discriminatie in de zorg in opdracht van VWS: 1 op de 7 mensen met ernstig overgewicht (14%) voelt zich gediscrimineerd in de zorg, bijna drie keer zoveel als gemiddeld. Partnerschap Overgewicht Nederland noemt als gevolgen zorgmijding, schaamte, stress en soms slechtere behandeluitkomsten. Ook het uitstellen van een behandeling tot iemand eerst is afgevallen, wordt daarin genoemd. Een internationale consensus van 36 experts (Nature Medicine, 2020) benadrukt dat lichaamsgewicht niet volledig onder controle van de wil staat.

Patiënten noemen zelf vooral angst voor de operatie, het gevoel dat het "de makkelijke weg" is, weinig steun uit de omgeving en onduidelijkheid over kosten. U kunt uw patiënt wijzen op de negen drempels bij een maagverkleining en op de uitleg over vooroordelen over een maagverkleining.

Aandachtspunten na de operatie

Na een maagverkleining blijft de huisarts een belangrijk aanspreekpunt. Punten die in de praktijk vaak terugkomen:

  • Vitamines en bloedcontrole: levenslang suppletie en bloedcontroles, meestal één keer per jaar. Tekorten aan onder meer vitamine B12, ijzer, calcium en vitamine D ontstaan langzaam.
  • Medicatie: NSAID's zoals ibuprofen, naproxen en diclofenac worden meestal afgeraden.
  • Zwangerschap: meestal wordt geadviseerd zo'n anderhalf jaar te wachten, tot het gewicht stabiel is.
  • Alcohol: na een maagverkleining is er een groter risico op problemen met alcohol.
  • Gewichtstoename: een deel van het gewicht komt bij veel mensen na een paar jaar terug. Verwijs dan terug naar het behandelteam.

Uw patiënt vindt de uitleg hierover in begrijpelijke taal bij het leven na een maagverkleining.

Materiaal voor uw patiënt

U kunt deze pagina's met uw patiënt delen. Ze zijn gratis, zonder account en in begrijpelijke taal:

Voor verdieping als zorgverlener: het Obesitas Platform biedt webinars en podcasts, alleen voor zorgprofessionals. Patiëntenverenigingen en lotgenotencontact voor uw patiënt staan bij patiëntenverenigingen en stichtingen bij obesitas.

Veelgestelde vragen over verwijzen bij obesitas

Wat zijn de verwijscriteria voor bariatrische chirurgie?

De verwijscriteria voor bariatrische chirurgie zijn een BMI van 40 of hoger, of van 35 of hoger met ernstige comorbiditeit zoals DM2, hypertensie of OSAS, langdurig bestaande obesitas en onvoldoende effect van eerdere begeleide pogingen. Bij DM2 kan de richtlijn soms ook bij een lagere BMI chirurgie overwegen. Het centrum stelt de definitieve indicatie. Zie ook de voorwaarden voor een vergoede maagverkleining.

Hoe signaleert u obesitas in de praktijk?

Obesitas signaleert u door gewicht op een neutrale manier ter sprake te brengen, bijvoorbeeld bij een consult voor diabetes, hypertensie of gewrichtsklachten. Kijk naast de BMI ook naar buikomvang en gewichtsgerelateerde aandoeningen: een buikomvang boven 88 cm bij vrouwen of 102 cm bij mannen geeft een extra verhoogd risico. Zie de BMI-klassen en buikomvang bij obesitas.

Hoe bespreekt u gewicht met een patiënt zonder stigma?

Gewicht bespreekt u zonder stigma door eerst te vragen of de patiënt erover wil praten, neutrale woorden als "gewicht" te gebruiken in plaats van "dik" en obesitas te benoemen als chronische ziekte. Veel mensen met obesitas hebben negatieve ervaringen in de zorg en schamen zich. Lees wat patiënten ervaren bij vooroordelen over obesitas in de zorg.

Waarom komen patiënten met ernstige obesitas vaak laat in beeld voor behandeling?

Patiënten met ernstige obesitas komen vaak laat in beeld door schaamte, negatieve ervaringen in de zorg en drempels als angst voor de operatie, het gevoel dat het "de makkelijke weg" is en onduidelijkheid over kosten. Veel mensen stellen de stap jaren uit. Een open vraag van de huisarts kan dat doorbreken. Zie de drempels die patiënten zelf noemen.

Kan een diëtist of leefstijlcoach zelf doorverwijzen naar een bariatrisch centrum?

Nee, voor een vergoede maagverkleining is een verwijzing van de huisarts of een specialist nodig. Een diëtist of leefstijlcoach speelt wel een belangrijke rol bij het signaleren: bespreek het met de patiënt en adviseer een afspraak bij de huisarts. Uw verslag van het begeleide traject is waardevol voor de verwijzing. Patiënten vinden voorbereiding in de kennisbank over de periode vóór de operatie.

Waarom vermeldt u gewichtsverhogende medicatie in de verwijzing?

Gewichtsverhogende medicatie hoort in de verwijzing omdat sommige middelen, zoals bepaalde antidepressiva, antipsychotica en prednison, bijdragen aan obesitas. Het bariatrisch centrum weegt dat mee in de beoordeling en het behandelplan. Vermeld daarom de volledige huidige medicatie. Achtergrond voor patiënten staat bij de oorzaken van obesitas.

Waarom vermeldt u een kinderwens in de verwijzing voor bariatrische chirurgie?

Een kinderwens hoort in de verwijzing omdat die meeweegt in de keuze en timing van de operatie. Na een maagverkleining wordt meestal geadviseerd zo'n anderhalf jaar te wachten met zwanger worden, tot het gewicht stabiel is. De vruchtbaarheid verbetert na afvallen vaak juist. Voor patiënten staat dit in de kennisbank over leven na een maagverkleining.

Hoe begeleidt u een patiënt tijdens de wachttijd voor bariatrische chirurgie?

Tijdens de wachttijd voor bariatrische chirurgie kunt u de patiënt helpen om het operatierisico te verlagen. Stimuleer stoppen met roken, ruim vóór de operatie, en blijf leefstijlbegeleiding bieden. Bij een verhoogd risico kan het centrum extra voorbereiding vragen, zoals behandeling van slaapapneu. Zie de risico's van een maagverkleining en hoe je ze verkleint.

Wat zegt u tegen een patiënt die denkt dat de afvalprik goedkoper is dan een operatie?

Tegen een patiënt die de afvalprik goedkoper vindt, helpt een eerlijk kostenoverzicht. Bij obesitas betaalt de patiënt de prik meestal zelf, € 150 tot € 419 per maand zolang hij hem gebruikt. Een vergoede maagverkleining kost hooguit het eigen risico, plus vitamines. Over vijf jaar kost Mounjaro zelf betaald € 10.600 tot € 25.100. Zie de rekensom over vijf jaar.

Welke rol heeft de huisarts in de nazorg na een maagverkleining?

De huisarts blijft na een maagverkleining samen met het centrum betrokken, vooral bij vitamines en bloedcontroles, die levenslang nodig zijn. Tekorten aan onder meer vitamine B12, ijzer, calcium en vitamine D ontstaan langzaam. Let ook op medicatie: NSAID's zoals ibuprofen, naproxen en diclofenac worden meestal afgeraden. Zie de patiënteninformatie over lichaam en gezondheid na de operatie.

Aan welke complicaties denkt u bij klachten na bariatrische chirurgie?

Bij klachten kort na bariatrische chirurgie denkt u onder meer aan een naadlekkage, nabloeding, trombose of longembolie. Later kunnen tekorten, galstenen, dumping, een interne hernia of maagzweer bij de verbinding (na een bypass) en maagzuurklachten (vooral na een sleeve) optreden. Centra hebben afspraken over spoedzorg, ook 's nachts en in het weekend. Zie de risico's van een maagverkleining op lange termijn.

Wat doet u als een patiënt na een maagverkleining weer aankomt?

Als een patiënt na een maagverkleining weer aankomt, verwijst u terug naar het behandelteam, waar een diëtist en psycholoog kunnen meekijken. Een deel van het gewicht komt bij veel mensen na een paar jaar terug; dat is geen falen. Bespreek eetpatroon, "hoofdhonger" en vaste eetmomenten. Zie de resultaten van een maagverkleining op lange termijn.

Hoe kunt u de obesitas-atlas gebruiken in uw werkgebied?

De obesitas-atlas laat voor alle 342 gemeenten en per wijk het geschatte percentage volwassenen met obesitas zien, met een 95%-marge en de trend sinds 2020. Zo ziet u hoe vaak obesitas voorkomt in uw werkgebied, naast cijfers over bewegen, roken en moeite met rondkomen. Het zegt niets over individuele patiënten. Bekijk de obesitas-atlas per gemeente en wijk.

Kan ik mijn patiënten naar Obesitas Nederland verwijzen?

Ja, u kunt patiënten naar Obesitas Nederland verwijzen voor algemene voorlichting. De pagina's zijn gratis, zonder account en in begrijpelijke taal, met bronnen bij elke pagina. De site geeft geen persoonlijk medisch advies en vervangt uw gesprek niet. Handig om mee te geven is de pagina met mythes en feiten over maagverkleining.

Waar vind ik als zorgverlener nascholing over obesitas?

Nascholing over obesitas vindt u onder meer bij het Obesitas Platform, een kennisplatform met webinars en podcasts dat alleen toegankelijk is voor zorgprofessionals. Partnerschap Overgewicht Nederland is het samenwerkingsverband van zorgverleners, patiëntenorganisaties en verzekeraars. Meer organisaties, ook voor uw patiënten, staan bij lotgenoten en organisaties bij obesitas.

Richtlijnen en bronnen